Naar hoofdinhoud

WUR start onderzoek naar hergebruik rwzi-effluent voor landbouwirrigatie

WUR start onderzoek naar hergebruik rwzi-effluent voor landbouwirrigatie

Wageningen University and Research (WUR) start een onderzoek naar de kansen en risico’s van hergebruik van rwzi-effluent voor irrigatie in de landbouw. Doel van EffluentFit4Food is om na te gaan in hoeverre voor de mens potentieel schadelijke microbiologische en organische verontreinigingen vanuit het effluent in en op het gewas (groente- en fruit) aanwezig zijn. Ook onderzoekt de WUR wat dit vraagt voor de behandeling van het effluent alvorens agrariërs het voor irrigatie kunnen gebruiken.

De Europese Commissie keurde in december 2015 een pakket maatregelen goed om de overgang naar de circulaire economie te bevorderen en de (afval)stoffenwetgeving te vereenvoudigen. Daarnaast heeft de Europese Commissie in 2020 de richtlijn voor hergebruik van afvalwater aangepast en minimale kwaliteitseisen voor irrigatiewater vastgesteld.

Technologieleveranciers

Het project EffluentFit4Food speelt hierop in. De komende drie jaar onderzoeken verschillende partijen, onder leiding van de WUR, de kansen en risico’s van hergebruik van rwzi-effluent voor irrigatie in de landbouw. Naast de provincies Zeeland en Noord-Brabant nemen de waterschappen Scheldestromen en Brabantse Delta deel aan het project. Ook is de brancheorganisatie voor Nederlandse Fruittelers (NFO) aangesloten. Technologieleveranciers nemen eveneens deel, waaronder PureBlueWater, MicroLAN en het Zweedse bedrijf Pharem Biotech.

Irrigatie experimenten

PureBlueWater en Pharem Biotech leveren technologie om microverontreinigingen af te breken. microLAN levert technologie om online de afbraak van microbiële en chemische verontreinigingen te monitoren. Op een locatie van waterschap Scheldestromen komt een pilot om de technologie te testen. Vervolgens vinden er met zowel behandeld als onbehandeld effluent irrigatie experimenten plaats met diverse gewassen.

Naast de WUR brengen ook de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en HZ University of Applied Sciences (HZ) relevante kennis in op het gebied van detectie en waterbehandelingstechnologie.

Risicobeheersplan

Het project moet onder meer leiden tot een risicobeheersplan voor de betrokken partijen. De Europese richtlijn schrijft een dergelijk plan voor om de risico’s voor het hergebruik in kaart te brengen en te beheersen. De waterschappen moeten immers weten hoe zij het afvalwater moeten behandelen. En de ontvanger van het effluent moet weten hoe hij het veilig kan toepassen.

Pilot Bath

Zo onderzoeken Evides Industriewater en Waterschap Brabantse Delta nu al of ze gezuiverd afvalwater van rwzi Bath kunnen opwerken tot proceswater voor de industrie in de Zuidwestelijke Delta. Dat gebeurt via twee zuiveringsstappen in een proefinstallatie op het terrein van de rwzi: ultrafiltratie en omgekeerde osmose.

De pilotopstelling van Evides Industriewater bij rwzi Bath (foto: Evides Industriewater).

Een deel van het gezuiverde effluent is voor de industrie in de Zuidwestelijke Delta. Voor het andere deel onderzoeken de partijen of ze het in kunnen zetten voor irrigatie in de landbouw. Hiervoor willen ze eerst de mogelijke risico’s in kaart brengen, zoals bacteriën, nutriënten en microverontreinigingen. Daarnaast speel het zoutgehalte een belangrijke rol. Een aanzienlijk deel van het afvalwater voor de rwzi Bath komt van industrieterrein Moerdijk. Het afvalwater is niet alleen veel zouter dan het huishoudelijk afvalwater, maar bevat ook nog eens verschillende chemische stoffen. Evides Industriewater heeft vooralsnog geen goed beeld van de chemische stoffen die in het afvalwater zitten.

Hoog tempo

“De chemische industrie ontwikkelt in hoog tempo nieuwe chemische stoffen. Die zijn vaak biologisch slecht afbreekbaar”, stelt Henny Bron, beleidsmedewerker afvalwatertechnologie bij waterschap Brabantse Delta. Het is volgens haar onbegonnen werk om deze stoffen in kaart te brengen in het afvalwater. “Dan moet je duizenden stoffen gaan meten. Dat is onbetaalbaar.”

Het waterschap zoekt dan ook niet naar deze stoffen, zolang ze het zuiveringsproces niet verstoren. De betrokken partijen gebruiken het komende jaar om het project onder leiding van de WUR in de steigers te zetten. Het daadwerkelijke onderzoek vindt tot en met 2024 plaats.

Lees meer

Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

  • Velden met een * zijn verplicht.